Zij hebben ook nog inkomsten uit loon, pensioen of een uitkering. Het doorsnee zzp-inkomen van deze zelfstandigen bedroeg bijna 20 duizend euro, met 6,7 duizend euro aan andere inkomsten, ofwel neveninkomen. 

Van de zzp’ers met neveninkomen hadden degenen met pensioen niet alleen het hoogste zzp-inkomen (23,5 duizend euro), maar ook de hoogste neveninkomsten. In doorsnee ontvingen zij 10 duizend euro aan pensioen. De zzp’ers met bijverdiensten uit loon verdienden 6 duizend euro naast 16,7 duizend euro aan zzp-inkomen. 

Voor 548 duizend personen was het zzp-inkomen een bijverdienste. Het zijn vooral werknemers die naast hun loon extra inkomen vergaren als zzp’er. Van de ruim 6,2 miljoen werknemers in 2016 waren dat er bijna 330 duizend (5,3 procent). Met hun ondernemerschap verdienden zij in doorsnee 1,9 duizend euro per jaar bij. 

Ruim 138 duizend mensen vulden hun pensioen aan met in doorsnee 2,8 duizend euro aan zzp-inkomen. Dit komt neer op 4,5 procent van alle gepensioneerden. Daarnaast waren er 46 duizend  uitkeringsontvangers die in doorsnee 1,4 duizend euro per jaar bijverdienden als zzp‘er. Het verdiende zzp-inkomen wordt verrekend met de ontvangen uitkering. 

De mate waarin het zzp-inkomen bepalend is voor het gehele inkomen van de zzp’er verschilt per bedrijfstak. Bij negen op de tien zzp’ers in de bouw is het zzp-inkomen het belangrijkste inkomen; bij zeven op de tien is het zelfs het enige inkomen. Bij zzp’ers die werkzaam zijn binnen de overheid, in het onderwijs en in de zorg is het zzp-inkomen in de helft van de gevallen een bijverdienste.