Even wat nostalgie…

Vorige week kregen alle auteurs het ter controle te zien. Het grote koffietafelboek over Go Ahead Eagles, bomvol historie, ongelooflijk gave foto’s en meeslepende verhalen. In november komt het uit en ik overdrijf niet als ik zeg dat iedereen die Kowet een warm hart toedraagt dit boek MOET hebben. Het is een feest der herkenning en ongekend waardevol in zijn volledigheid. Wat een club. Wat een prachtige club. En wat een rijke historie, wat een verzameling aan markante mensen die ooit het roodgeel droegen.

Omdat zelfs dit boek, bizar dik en ruim gevuld, op een gegeven moment voller dan vol was, sneuvelden er enkele verhalen. Ik begreep dat, maar mijn hart huilde wel. Want de mensen van de uitgeverij hadden ook besloten het hoofdstuk ‘Tommy Kristiansen’ te schrappen. En dat zegt veel over het boek, als zelfs Tommy het niet haalt. Kun je nagaan hoe waardevol de rest is.

Toch vind ik dat Tommy het podium verdient. Ik houd zoveel van voetballers zoals hij. Ietwat flegmatiek, heel bescheiden, maar echt een jongen voor de fijnproevers. Medespelers van toen zeggen het allemaal: zo’n goeie als hij hebben we nooit meer gehad. Hij liet het te kort zien, dat had zo zijn redenen, maar iedereen die eind jaren zeventig in de Adelaarshorst was, weet nog wel hoe begaafd de Deense technicus een bal op de stropdas van Cees van Kooten kon leggen.

Ach, Tommy. Gelukkig hebben we het verhaal –dat ik ruim een jaar geleden met hem maakte- wel bewaard en deel ik het graag met jullie. Als amuse voor het grote Go Ahead-boek dat nu snel komen gaat. Ik kan niet wachten het in mijn handen te hebben. Omdat ik afgelopen zondag met mijn moedertje van tachtig in het stadion was en besefte hoe decennialang het roodgeel door de aderen stroomt van al die talrijke echte Deventer families. Drie keer stond mijn moeder te juichen en straalde ze van geluk. Dat, die liefde, zit in de pagina’s gegoten. Die liefde voelde ik als jochie van negen toen ik anno 1979 Tommy zag spelen en die liefde kwam terug toen ik afgelopen zondag Paco van Moorsel technisch briljant de 1-0 tegen Roda zag binnen knallen. Een Eagle ben je voor het leven…

En dat geldt ook voor Tommy, die hier maar zo kort was, maar vanuit Denemarken ieder weekend meeleeft met zijn Kowet…

Tommy Kristiansen

Hij was adembenemend goed. Draaide, dribbelde, versnelde, scoorde, gaf assists, perfecte voorzetten met het gouden linkerbeen. In 1978/1979 klopte alles in het voetballeven van Tommy Kristiansen, nummer 7, de linksmidden van Go Ahead Eagles. De ploeg die onder de nieuwe trainer Joop Brand een sensatie vormde voor de winterstop, want waar het een seizoen eerder maar nipt de degradatiedans ontsprong deed het nu brutaal mee in de top. Een van de voornaamste redenen: Tommy.

De kleine aimabele Deen, inmiddels 64 en opa van vijf kleinkinderen in de leeftijd van 18 tot 3: “Ik heb vijf jaar bij Go Ahead gezeten en ik zeg altijd: dat was een tijd die nooit terugkomt. Zo mooi en fijn heb ik het er gehad. Ik was gescout door Wiel Coerver bij een amateurclub in Denemarken, Peter Stephan was manager. Voor mij was het een hele belevenis ineens in zo’n stadion te spelen, waarin zoveel sfeer was. Ik ben in 1978 nog tijdelijk geruild met Dick Schneider en heb bij Feyenoord tien wedstrijden gespeeld. Als kleine jongen kwam ik daar tussen Mansveld, Rijsbergen, Kreuz, Nico en Wim Jansen, Balkestein, Van der Lem. Ik was net hersteld van een meniscusblessure en voelde me echt klein in dat grote Rotterdam. Na dat seizoen kwam ik terug in Deventer en toen begon het.”

Wat heet. Joop Brand kneedde een heerlijk team dat naar hartenlust voetbalde en de kunst van het winnen plotsklaps verstond. Veel, zo niet alles, begon op links, bij Tommy. “Ik was niet te houden. Dat voelde ik ook echt zo. Ik vloog en heb dat seizoen ontzettend goed gevoetbald. Ik begreep eindelijk wat het betekende profvoetballer te zijn en bekroonde dat. Dat was mijn jaar.”

Met Van Kooten en Groeneweg in de spits, Woudsma naast zich en een ervaren blok in de defensie achter zich kon Kristiansen doen wat hij wilde: “Ik was vooral de aangever. Actie maken, versnellen, mannetje passeren, buitenom en voorzetten geven op Cees en Jan. Die stonden allebei doelpunten bij de vleet te maken. Wij wonnen van Feyenoord en in die jaren ook regelmatig van PSV, iedereen was bang voor ons in Deventer. Ik kan me nog wel herinneren hoe we met 2-1 wonnen van PSV, waarbij Jan van Beveren fantastisch keepte, maar Cees twee keer scoorde. Die was zo sterk toen. Soms zat het helemaal vol, met 18.000 man, dat was intimiderend voor de tegenstanders en voor ons geweldig.”

Hij woonde in Colmschate, een nieuwbouwwijk in de schaduw van de stad, een walhalla voor de spelers van Go Ahead. “Het was er rustig en fijn, Cees van Kooten, Henk ten Cate, Jan Groeneweg en ik woonden allemaal bij elkaar in de buurt. Cees was mijn grote steun en toeverlaat, hij stond echt altijd voor me klaar. Ik kon me focussen op het voetbal en kreeg door waar het echt om ging. Dat ik hard moest trainen, heel serieus moest zijn, dat voetbal heel belangrijk was, voor de mensen bij Go Ahead.

Uiteindelijk ging het zo goed dat Sepp Piontek, de Duitse trainer van het Deense elftal, mij selecteerde voor de wedstrijd tegen Finland. Het was de tijd van Olsen, Arnesen en Lerby. Na het duel tegen Finland zei Piontek: ‘Jij bent er de volgende keer weer bij.’ Maar toen kreeg ik een achillespeesblessure, dus belde ik naar de bond in Kopenhagen om me af te melden voor de interland op woensdagavond. Diezelfde week heb ik toch, op zaterdagavond, gevoetbald voor Go Ahead. Piontek was woedend, hij vond dat ik naar Kopenhagen had moeten komen en riep dat hij alleen spelers selecteerde die heel graag voor Denemarken wilden spelen. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord.”

Nog altijd volgt Tommy Go Ahead. Geen uitslag mist hij. Terwijl hij al decennia terug is in Denemarken, waar hij lang sporthallen beheerde en nu voor de gemeente Smørum werkt en naar zijn pensioen verlangt: “Ik word ouder en vind het welletjes. Heb ontzettend last van mijn knieën, ik krijg binnenkort twee nieuwe.” Deventer is nooit uit hem vertrokken, hij is immers al 37 jaar getrouwd met de Deventerse Loesje de Bruin, zijn tweede vrouw.

Zijn eerste vrouw was zijn jeugdliefde, een Deense. Zij is de reden waarom er naast verrukking ook weemoed in zijn stem klinkt als hij praat over de jaren waarin hij zo goed was. Het is de herinnering aan het noodlot. “1979 was mijn jaar, maar toen gebeurde het met mijn vrouw. In 1980 ging ik met haar op vakantie in Denemarken. Een bromfiets reed haar aan. Ze is toen overleden. Totaal kapot was ik. Ik ben nooit meer dezelfde geworden als voetballer. Het interesseerde me niet zoveel meer. Hoe kon dat ook?”

Nooit meer kwam Tommy terug op zijn hoge niveau. Het verdriet deed altijd mee. Hij besloot Go Ahead –dat zoals zo vaak in die tijd in financiële nood kwam, ditmaal door belastingproblemen- te verlaten en op avontuur te gaan, zoals vele voetballers in die tijd. “Ik ging naar Canada, Edmonton Drillers. Ook Jan Endeman, Henk ten Cate en Dwight Lodeweges gingen, Johan Neeskens speelde bij New York Cosmos, Pele was er, Cruijff,

George Best, het was echt een hype, iedereen naar Amerika. Ik heb het heel leuk gehad, maar na een jaar ben ik weer teruggekomen naar Nederland om voor Haarlem te voetballen, dat speelde toen Europees voetbal. Het werd een klote tijd. In één keer kon ik niks meer. Ik geloofde niet meer in mezelf.”

Opnieuw trok hij naar Amerika. “Cleveland, Ohio. Zaten er bij zaalvoetbal 20.000 mensen op de tribune, kun je je dat voorstellen? Gek genoeg ging dat weer heel erg goed, maar na twee jaar brak ik mijn been op vijf plaatsen, mijn enkel was ‘dislocated’, zoals ze daar in het ziekenhuis zeiden. Toen was het voorbij.”

Het is een bewogen tijd geweest, die voetbaljaren van Tommy, maar achteraf –zo herhaalt hij veelvuldig- beklijft vooral de liefde voor roodgeel. De tijd waarin Kristiansen op de voorkant van zijn shirt prijkte, dat geel-rood-geel was, het rood in het midden, het gaf de spelers destijds iets extra’s, een soort van trots en kracht. Het was de tijd waarin Voetbal International hem in de spelersklassementen wekenlang op 1 had staan en hem dus ook op de cover showde, ‘een oester opent zich’, dat was de strekking. En zo was het. “Ondanks dat ik veel clubs heb gehad, staat Go Ahead mij het nauwst aan het hart.

Dat komt ook door de stad, door Deventer, ik kom er nog bijna ieder jaar. Loes is er natuurlijk geboren, dat trekt ons ook, maar buiten dat vind ik het altijd weer fijn terug te keren. Vorige zomer ben ik met mijn kleinzoon het stadion binnengelopen: ‘Kijk, hier heeft opa vroeger gespeeld.’ Vervolgens zijn we naar Colmschate gereden: ‘Kijk, hier heeft opa gewoond.’ Ik vond het mooi en belangrijk hem dat alles te laten zien, het is toch iets van roots. Ik had helaas geen tijd een wedstrijd te bezoeken en om de waarheid te vertellen: ik ben maar één keer nog eens naar Go Ahead wezen kijken, samen met Cees van Kooten. Ik zou het fantastisch vinden weer eens terug te komen en een match bij te wonen. Want nogmaals: ik volg alles.”

Cees van Kooten, dat was toch wel zijn grote vriend. “Te laat hoorde ik dat hij was overleden, daardoor miste ik zijn crematie. Ik ben hem zo dankbaar. Alleen met hem heb ik altijd contact gehouden, de rest van de relaties is helaas verwaterd, zo gaat dat vaak. Als ik de jongens van toen terug zou zien, weet ik zeker dat de oude vriendschap weer meteen oplaait, maar met Cees heb ik altijd contact gehouden. Een fijn mens.”

Het gaat Tommy nu goed, dat benadrukt hij. Een gelukkige opa is hij die samen met Loes veel oppast. Tijdens zijn carriere had ie een beetje gespaard van die tweeduizend gulden die hij per maand verdiende. “En achthonderd gulden premie bij een overwinning!” lacht hij. “Van die spaarcentjes heb ik in Smørum een huisje gekocht en toen was er niks meer over. Maar ik ben altijd blijven werken. Mij hoor je niet klagen.”

Robert Heukels

WIE IS ROBERT HEUKELS?

Robert Heukels (1969) werd geboren in het St. Jozef ziekenhuis, bijna op de middenstip van de Adelaarshorst. Zijn oma breide jarenlang sjaals in de kleuren van juweel. Vanaf 1992 zette hij zich in voor de club, met als hoogtepunt de functie van teammanager onder Foeke Booy en Dennis Demmers. In het dagelijkse leven is hij hoofdredacteur van het magazine WENDY en vader van vier….

De columns van Roy Beumer, Gerard Somer, Erdal Ascipinar en Robert Heukels nogmaals lezen? Klik dan gerust hier!

Op de hoogte blijven van het laatste sportnieuws uit de regio Deventer? Volg Drtv Sport op Twitter en Facebook!