Op 29 maart maakte Werkmakelaar-Oost bekend dat personeel op straat werd gezet omdat ze de salarissen niet kon betalen. Op 27 maart 2018 besloot het college namelijk om geen voorschot uit de subsidiepot meer te verstrekken in verband met onduidelijk bedrijfsvoeringsinformatie van Werkmakelaar-Oost.

De medewerkers van wie de salarissen niet betaald konden worden, hebben via de gemeente geld ontvangen. Hierbij was het uitgangspunt dat de werknemers niet de dupe mochten worden van de problemen bij Werkmakelaar-Oost. De gemeente heeft aan Werkmakelaar-Oost medegedeeld dat deze betalingen verhaald worden op het bedrijf. De Werkmakelaar blijft verantwoordelijk voor de betaling.

Werkmakelaar-Oost krijgt van de gemeente Deventer een startbaansubsidie, een regeling die er is voor elke werkgever die iemand met een bijstandsuitkering langdurig aan het werk helpt. Het bedrijf kwam twee maanden geleden in het nieuws door een inval van het FIOD. Het onderzoek van het FIOD richt zich specifiek op één persoon die momenteel op proef geplaatst is bij de Werkmakelaar, aldus het college.

De mensen die in proefplaatsing zijn bij de Werkmakelaar, vallen onder de verantwoording van Deventer Werktalent. De proefplaatsing is namelijk met behoud van uitkering, en tijdens de proefplaatsing zijn er gesprekken met de consulent om te bespreken hoe het werk bevalt. Op het moment dat een proefplaatsing overgaat in een dienstverband, ontstaat er een arbeidsrelatie tussen de werkgever en de werknemer en eindigt de verantwoordelijkheid van DWT. Als iemand met een bijstandsuitkering ten minste een jaarcontract aangeboden krijgt, ontvangt de werkgever een vergoeding van 6.000 euro.