Uit onderzoek door advocatenkantoor Van Benthem en Keulen blijkt dat scholen simpele maatregelen kunnen nemen om de diabeteszorg goed te regelen. Ook dient de overheid meer duidelijkheid te geven over de verantwoordelijkheden van scholen en de positie van leerkrachten.

Signalen uit de praktijk

De stichting Zorgeloos met diabetes naar school werkt ruim twee jaar aan het verbeteren van de diabeteszorg op school. Ondanks de invoering van passend onderwijs lopen veel ouders in de praktijk aan tegen scholen die geen enkele verantwoordelijkheid willen nemen voor de goede ondersteuning van kinderen met diabetes in de klas. Er bestaat angst voor aansprakelijkheid, weerstand tegen ‘medische handelingen’ of er is geen geld voor extra ondersteuning. Gelukkig zijn er ook veel scholen waar de diabeteszorg als vanzelfsprekend onderdeel is van de ondersteuning voor leerlingen, waarmee aangetoond wordt dat goede diabeteszorg op school wel degelijk mogelijk is. De willekeur waarmee ouders te maken krijgen is onwenselijk. Voor de leerlingen, de ouders, maar ook voor de leerkrachten.

Medische handelingen of niet?

Er blijkt in de praktijk veel onduidelijkheid te zijn over de verschillende handelingen die aan de orde zijn bij kinderen met diabetes. Het onderzoek van Van Benthem en Keulen maakt direct duidelijk: alleen de handeling van het toedienen van insuline met een pen (injecteren) is een voorbehouden handeling in de zin van Wet BIG. Alle andere handelingen bij diabetes, met name de vingerprik en het toedienen van insuline door middel van de insulinepomp zijn geen voorbehouden medische handeling. Bij het uitvoeren van deze handelingen dienen natuurlijk nog steeds zorgvuldigheidseisen in acht worden genomen, maar de strikte eisen die in de Wet BIG worden gesteld aan voorbehouden handelingen zijn hiervoor niet van toepassing. De meerderheid van kinderen met diabetes maakt gebruik van een insulinepomp.