Eind juni waren er voor het zevende kwartaal op rij minder bijstandsontvangers dan een jaar eerder. Het verschil was met 21 duizend wat kleiner dan in de drie voorgaande kwartalen. Aan het eind van elk van die kwartalen bedroeg het jaar-op-jaarverschil 24 duizend personen. 

Tussen juni 2018 en juni 2019 is zowel het aantal bijstandsontvangers met een Nederlandse achtergrond als met westerse of niet-westerse migratieachtergrond afgenomen met respectievelijk 8 duizend, 2 duizend en 12 duizend. Relatief gezien gaat het om dezelfde orde van grootte: steeds rond de 5 procent minder. Voor het zesde kwartaal op rij zijn er nu minder bijstandsgerechtigden, ongeacht hun achtergrond. 

De verandering van het aantal bijstandsontvangers is het saldo van degenen die de bijstand instromen en degenen die de regeling verlaten. In het eerste kwartaal van 2019 stroomden in totaal, dus ongeacht geboorteland, iets meer personen de bijstand uit dan erin. 

De uitstroom bedroeg bijna 25 duizend personen, de instroom bijna 24 duizend. Een grotere uitstroom dan instroom was ook zichtbaar bij personen die zijn geboren in recente immigratielanden zoals Syrië, Eritrea en Somalië. In het eerste kwartaal van dit jaar verlieten bijvoorbeeld 2,2 duizend Syriërs de bijstand tegenover een instroom van 1,7 duizend. 
Bij degenen die in Nederland zijn geboren was de uitstroom juist iets kleiner dan de instroom: 13,5 duizend versus 13,8 duizend. Dit hangt deels samen met de eerder genoemde verhoging van de AOW-leeftijd.