Wie vaker tussen onze provincie en het land van onze oosterburen heen en weer reist kent het wel: een kwartier wachten in Bad Bentheim tot een andere locomotief voor de trein is gekoppeld, kilometers omreizen in plaats van direct met de bus naar het buurdorpje net over de grens, of dat éne stoplicht op de N35 dat een vlotte doorstroom tussen Münster en Nederland in de weg zit. 

Niet meer van deze tijd, vindt Kyra Selles, woordvoerder verkeer en vervoer namens D66 Overijssel. “We willen een krachtige grensoverschrijdende arbeidsmarkt, en die vraagt natuurlijk om goede infrastructuur,” legt zij uit. Volgens haar voorstel moet de provincie inventariseren waar de grootste knelpunten zijn, bijvoorbeeld waar mensen het meest last van hebben of tijd verliezen. Met alle obstakels en verbeterpunten goed in beeld kan Overijssel samen met gemeentes, OV-aanbieders en Duitse partners aan een soepeler verkeersnet gaan werken. Selles: “Dat betekent trouwens niet dat er per se kilometers spoor of asfalt bij moeten komen. Vaak kom je al een heel eind als je bestaande busroutes gewoon verlengt tot de volgende plaats of verkeersknooppunt aan Duitse kant. Of de vertrektijden beter afstemt met het Duitse openbaar vervoer. Zo kun je vrij makkelijk en betaalbaar toch een groot verschil maken voor veel inwoners in de grensregio.” 

Volgens Selles gaat het echter niet alleen om woon-werkverkeer over de grens. Ook het lokale toerisme kan door betere verkeersverbindingen profiteren en de algehele leefkwaliteit in de grensregio erop vooruit gaanEn waar vervoersstromen efficiënter worden ingericht boekt vaak ook het milieu winst door minder uitstoot van COշ. Selles: “Allerliefst zie ik in de toekomst natuurlijk een sneltrein tussen Amsterdam en Berlijn door Overijssel gaan: Geen milieuvervuilende vluchten meer en een regio die internationaal nog beter op de kaart wordt gezet. Ook daarvoor is een verbeterd lokaal verkeersnet een belangrijke stap.”