De ruzie tussen Meibergen en de gemeente over de woningverhuur sleept al jaren voort. Nadat Meibergen zich in 2015 hevig verzette bij de ontruiming van de bedrijfswoning zijn er al enkele rechtszaken geweest die tot de Raad van State zijn uitgevochten.

Inmiddels kreeg de gemeente gelijk gekregen over de ontruiming. Daarmee moest Meibergen de gemaakte kosten van €24.000 betalen. In de andere zaak voor de Raad van State kreeg Meibergen deels gelijk. De gemeente had ook handhavend moeten optreden naar de andere bewoners in de Kamperstraat, aldus de rechter. De senioren wonen al tientallen jaren in de panden. Het argument van de gemeente dat het ‘niet billijk is dat zij daar nu zouden moeten vertrekken, ook gezien hun leeftijd‘ werd ook door de Raad van State verworpen.

De gemeente probeert het nu over een andere boeg. Meibergen moet nu aantonen dat hij belanghebbende is bij de ontruiming van andere woningen, aldus het college. Om belanghebbende te zijn, dient de verzoeker ook hinder van enige betekenis te ondervinden. Hett college baseert zich op een uitspraak van de rechtbank Overijssel over de term ‘belanghebbende‘.

Volgens het college is het ‘onduidelijk wat de hinder voor Meibergen is als gevolg van de particuliere bewoning van de drie woningen in kwestie. Waar eerst de hinder van enige betekenis een rol speelde bij milieuzaken, is dit nu uitgebreid tot ruimtelijke ordening, ook handhavingskwesties lenen zich hiervoor.’

Toepassing van deze uitleg betekent dat Meibergen in deze kwestie niet als belanghebbende bij handhaving door de gemeente wordt beschouwd. Daarmee is het bezwaar van hem over de bewoning van de andere panden niet ontvankelijk. Of Meibergen opnieuw in beroep gaat tegen de beslissing van de gemeente is nog niet duidelijk.