Eind 2016 stelde de gemeenteraad een nieuw ambitieus minima- en schuldhulpverleningsbeleid vast: iedereen moet mee kunnen doen in de samenleving, zonder financiële problemen. Als er toch geldproblemen zijn, werken alle beleidsterreinen binnen de gemeente samen om deze zo snel mogelijk op te lossen. Bij het opstellen van het nieuwe plan van aanpak is gebruik gemaakt van de ervaringen van mensen met een laag inkomen. 

Verbeteringen
Deventer is al jaren een voorbeeld voor andere gemeenten in de aanpak van armoede- en schulden.  Toch zijn er verbeteringen mogelijk. Wethouder Jan Jaap Kolkman: “We richten ons in het minimabeleid op mensen met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Maar er zijn altijd mensen op de grens, die ook hulp nodig hebben. We bieden professionals in het sociaal team de ruimte om dan maatwerk te bieden. We kijken naar de mensen en niet naar de regels.” 

Partners
Bij het minimabeleid zijn veel partijen betrokken. Vanuit de gemeente zijn dit Inkomensondersteuning, Publiekscontacten Zorg en het Budget Adviesbureau Deventer (BAD). Het team Financiële administratie voert kwijtscheldingen uit. Daarnaast zijn de sociale teams, Deventer Werktalent,  Rechtop, Stichting Leergeld, het Meester Geertshuis, Carinova, de Voedselbank, de Kledingbank, Helpdesk Cliëntenraad en Sallands Dialoog betrokken partners.  

Meer maatschappelijke rendement
Innovatie is een belangrijk thema in het nieuwe plan van aanpak. Snellere trajecten leveren meer maatschappelijk rendement op. Deventer wil daarom experimenteren met nieuwe mogelijkheden zoals zeer intensieve schuldhulp en digitale schuldhulpverlening. Ook het inzetten van ervaringsdeskundigen bij de ontwikkeling van beleid en uitvoering draagt bij aan verbeteringen. 

Steun op maat
Door samenwerking met partners wil de gemeente inwoners met financiële zorgen goed in beeld krijgen en steun op maat bieden. Kolkman: “Financiële steun is altijd maatwerk, waarbij we uitgaan van de mogelijkheden van de cliënt. We nemen dus niks over, maar gaan naast de cliënt staan en kijken waar we samen naartoe kunnen werken.”