Op 9 mei wil de raad een definitief besluit nemen over de realisatie van het Nederlands Speelgoedmuseum. Het bedrijfsplan moet voor informatie zorgen om dit besluit te kunnen nemen.

In het bedrijfsplan moet onder andere een investeringsplanning komen. Ook moet het plan helderheid bieden inzake de afspraken met betrekking tot de investeringen en de verdeling van de (financiële) risico’s tussen de pandeigenaar en Deventer Verhaal. Daarnaast moet het bedrijfsplan een definitief dekkingsvoorstel bevatten.

Het college laat in het raadsvoorstel weten dat Deventer Verhaal op dit moment bezig is om met de projectgroep, in samenwerking met Henry Franken te komen tot een investeringsbegroting voor zowel de museale verbouwing (project Franken) als de museale inrichting. Deze onderbouwing vormt dan tevens het uitgangspunt voor de op te stellen bouwovereenkomst. Pas nadat deze overeenkomst er is kan definitief worden vastgesteld dat het investeringsplan haalbaar is.

Voor de gevraagde uitwerking moet een forse inspanning worden geleverd en externe expertise worden ingehuurd. Hiervoor is ongeveer €75.000 nodig, aldus het college. Ze stelt voor om dit bedrag te dekken uit de gereserveerde middelen voor de investering in het speelgoedmuseum. Bij de voorjaarsnota kan worden overwogen of dit bedrag aanvullend gedekt kan worden uit algemene middelen.