Nederlandse gemeenten worden door de nieuwe wet regievoerder van de inburgering van nieuwkomers. Gemeentes moeten zorgen voor een goede intake en een persoonlijk plan voor Inburgering en Participatie (PIP). Hierin is onder meer aandacht voor scholing, financiën, participatie en werk. De gemeente draagt zorg voor de begeleiding van de inburgeraar. 

Beginnen 

“De nieuwe wet vraagt veel van de gemeente”, aldus wethouder Rob de Geest. “Daarom beginnen we nu al met de voorbereiding. We denken na over wat de wet voor ons betekent, samen met onze maatschappelijke partners op het gebied van taal, activering, werk of onderwijs.” 

Middelen 

Het inburgeringsaanbod van de gemeente moet aansluiten bij het persoonlijk ontwikkelplan van iedere inburgeraar. Er komen 3 verschillende leerroutes op verschillende niveaus. Een aantal elementen is verplicht, zoals het leren kennen van Nederland en de Nederlandse taal en een module over financiën. 

De gemeente inventariseert tot en met het voorjaar van 2020 welke middelen er nodig zijn om de inburgering goed uit te voeren. Dit gebeurt samen met 8 andere gemeenten uit de Stedendriehoek. 

Zo vroeg mogelijk 

De Geest: “We proberen het volledige aanbod als dat kan te integreren in de voorzieningen die we al hebben. En starten zo vroeg mogelijk met de begeleiding van de inburgeraar, het liefst al binnen de poorten van het AZC. Hoe sneller iemand op eigen benen kan staan, hoe beter.” 

Rol gemeenteraad 

Het college gaat graag in gesprek met de gemeenteraad over de invulling van de wet Inburgering en stelt voor om begin 2020 een werksessie te organiseren. De Tweede en Eerste Kamer moeten in de loop van 2020 nog definitief beslissen over deze wet en de financiële kaders. 

Landelijke discussie 

De gemeente Deventer bereidt zich voor op deze wetgeving maar landelijk woedt er nog een stevige discussie tussen de gemeenten en de rijksoverheid over deze wet en de financiële middelen die vanuit het rijk nodig zijn. De Geest: ‘Die discussie met het Rijk loopt nog via de VNG, maar voorop staat dat zonder adequate financiering de uitvoering van deze nieuwe taken voor gemeenten niet gaat lukken.”