John Stegeman was een passant

Rond de figuur John Stegeman is een zekere tragiek ontstaan. Lange tijd bejubeld en bemind, terecht geprezen, uiteindelijk met pek en veren de stad uit. Als cynisme het wint van de romantiek, kan voetbal duistere kanten hebben.

Stegeman heb ik in deze column meerdere keren bejubeld. Ik vond het mooi dat Paul Bosvelt, Hans de Vroome en Stegeman een appie-happie team bij elkaar sprokkelden, jongens met baarden, lelijke neuzen en kromme benen, maar wel liefhebbers, jongens van de gestampte pot. Zo snel waren ze echt een hecht team, zo snel waren ze koploper en op 18 november 2018 dansten ze in Enschede, na de 0-1 tegen Twente. Wij stonden bovenaan. Iedereen blij, iedereen trots, één man chagrijnig, want zo goed waren we niet. Die man was Stegeman. En ik dacht: top. Fijn. Iemand die met beide benen op de grond blijft.

Vanaf dat moment ging veel, zo niet alles mis. Let wel: we stonden met 32 punten uit 14 wedstrijden er schitterend voor. Het was wel zo dat we zo’n beetje alles met slechts 12 spelers deden, maar de winterstop kwam er al aan, Stegeman ging natuurlijk twee of drie spelers met creativiteit laten halen en dan zouden we het verdomd lang kunnen volhouden. Dat verdiende het team, een team dat vocht, droomde, deed, dat Go Ahead terug op de kaart zette na het rampseizoen 2017/2018.

In de laatste wedstrijden voor de winterstop begon het al wel te kraken. De helden werden moe. Maar na de winterstop, als we lekker uitgerust waren en in Turkije wat vitamine van de zon hadden gekregen, zouden we met Twente, Den Bosch en Sparta het uitvechten. Toch? Helaas, in de winterstop gingen er meer weg dan dat er kwamen (nu ja, kwamen, alleen dj Gino Vince kwam) en vervolgens werd de tweede seizoenshelft een helletocht vol nederlagen. Dat we uiteindelijk toch nog bijna promoveerden had weinig met goed voetbal te maken. De door Stegeman volledig uitgeperste spelers (stuk voor stuk hadden ze inmiddels een bizar aantal speelminuten in de oude, vermoeide lijven) deden alles op wilskracht, overlevingsdrift en met een vurige droom in hun hart. Alles deed pijn, maar ze bleven rennen. Een ploeg om trots op te zijn. De magere koppies van Van der Venne, Van Moorsel, Bakx, Navratil, Verhulst, Stans, Baas, Verheydt vorige week, ze leken zo weggelopen uit de tijden van Halle: ze oogden uitgepeerd, uitgemergeld, diepe lijnen, holle ogen. Ja, ze hadden er op los geblunderd en ja, ze hadden in Den Bosch eigenlijk al uitgeschakeld moeten zijn, maar wat een leeuwenhart hadden deze jongens, wat een veerkracht.

Ik merkte aan mezelf dat ik gedurende het seizoen steeds meer gevoel kreeg bij de spelers en steeds minder bij die immer mopperende trainer. Waar in het begin van de competitie alle credits voor het goede spel naar Stegeman mochten gaan, waren het in de allerbelangrijkste weken de spelers die ervoor gingen. Het leek mij dat ze daarbij steeds minder houvast hadden, dat er steeds minder duidelijk een voortschrijdende visie, een opgaande lijn was. Het verfijnde positiespel, de snelle combinaties, de heerlijke driehoekjes, het zijn herinneringen aan de maanden augustus tot en met november 2018. Toen de tegenstanders doorhadden hoe dit allemaal in elkaar stak, was de koek op. Het vervolg op het fantastische neerzetten van de ploeg bleef uit. Plan B: was er nooit. Gouden wissels: vrijwel onmogelijk gezien de uitgeklede bezetting op de bank.

Het was het uitpersen van steeds dezelfde sinaasappelen totdat zelfs de schillen geen druppel meer gaven.

Na de heroïsche zege op Twente op –let wel- 18 november 2018, stelde ik mezelf vaak de vraag: welke speler maakt eigenlijk nog progressie? Julian Lelieveld. Een youngster die in een fase van zijn voetballeven zit waarin je sowieso wel groeit. Verder kwam ik niet. Eerder werden er spelers minder gedurende het seizoen. Pijntjes, de sleet, de klimmende leeftijd. Het was te voorzien. Een paar schorsingen erbij, wat uitglijders op kunstgras en tegen de beloften, allemaal ingecalculeerd. Desondanks werd er niet op geanticipeerd. Geen speler kon eens lekker rust nemen, want zijn alternatief was er niet. Go Ahead had als enige van de titelkandidaten totaal geen bank. Geldgebrek of koppigheid? Of extreme loyaliteit naar het A-team? We moesten er –hoe dan ook- mee leven en zakten weg. Nu ja, dachten we, oké, een titel was misschien ook wel iets te veel gevraagd.

Langzaam kwam er echter een ontnuchterend besef naar boven. Ik moest toegeven dat ik te veel en te krachtig de loftrompet over Stegeman had afgestoken. Langzaam begreep ik dat we geen wondertrainer hadden, wel iemand die de boel fantastisch had neergezet, maar het vervolgens niet kon/mocht uitbouwen. Het gevoel dat Stegeman er al een tijdje niet meer met hart en ziel inzat, had ik overigens nooit. Hij was daarvoor te vaak te chagrijnig, te boos, te gekwetst en dan weer te trots. Het raakte hem allemaal heus.

Even nog dacht ik: hij gaat hetzelfde doen als Erik ten Hag. De held van toen. De ploeg langzaam klaarstomen en fit en fris de play offs in laten stormen. Maar Stegeman kwam niet eens in de buurt van het geniale kunstje van Ten Hag. Terwijl die zware tegenstanders als Dordrecht, VVV en Volendam schaakmat zette met flitsend en energiek spel, kreeg Stegeman het in de play offs niet voor elkaar de rode loper op soepele wijze te belopen. Want laten we eerlijk zijn: alles zat mee. Dankzij het gedoe rond het Europese speelschema van Ajax hadden we meer tijd gekregen om te rusten, fris en fit te worden. We hadden twee wedstrijden minder dan onze tegenstander in de finale, RKC. We ontliepen het sterkere Sparta, het in vorm lijkende Almere en NEC, geen Excelsior, geen De Graafschap, nee, we mochten tegen het zoekende Den Bosch dat zonder trainer zat en tegen RKC, dat achtste was geworden in de KKD en in de eerste wedstrijd tegen ons hun beste speler geschorst had.

Maar op fases in de eerste wedstrijd tegen Den Bosch en de krankzinnige fase waarin we van 0-2 (met hulp van arbiter Higler) naar 4-3 liepen tegen RKC na, speelden we ongekend slecht. De twee uitduels: billenknijpen en vol afgrijzen zien hoe niets klopte. Discipline, fris in het hoofd, fit? Verre van. Het spel was armetierig. Wat een verschil met hoe het Go Ahead van Ulderink, zeker van Ten Hag en ook De Koning de play offs speelden. Wat was er aan de hand? Konden de spelers niet meer of was het plan niet goed genoeg?

De 4-5 tegen RKC was voer voor romantici, maar het cynisme liep ermee weg. De dag erna, het ongelooflijke bericht: Stegeman naar PEC. Wist hij al voor de finale werd gespeeld. De vraag die altijd zal blijven zeuren: was deze play off het werk van een trainer die niet de volledige focus had, maar al druk aan het onderhandelen was met een nieuwe werkgever? De romanticus in mij zegt dat het niet mag uitmaken en dat Hans de Vroome heus gelijk zal hebben dat Stegeman er nog alles aan deed, de cynicus in mij zegt dat het een gotspe is dat je zoiets doet in de belangrijkste week voor de club die jou fors betaalt. Als juist alles om focus draait ga je niet om tafel met een andere club, dan wacht je maar even.

Ik begreep kortom de woede in de harten van alles wat roodgeel was, gek genoeg voelde ikzelf vooral opluchting. Na de ontluisterende 4-5 en met pijn in heel mijn roodgele lijf lag ik uren in bed te denken. En nam –onwetende van het naderende nieuws- al afscheid van een zeer kortstondig koninkrijk Stegeman. Ik overzag de rokende puinhopen, het verdriet, de teleurstelling en besefte hoe we ‘alles of niets’ hadden gespeeld in het afgelopen seizoen. Stegeman had uit een extreem kleine groep spelers bijna een wonder geperst, maar nu restte een selectie zonder veel perspectief. De grootste groeibriljant gaat terug naar Vitesse, van sommige ouderen wordt al afscheid genomen en aan Paul Bosvelt de schone taak flink door te selecteren en vooral ook te verjongen. Ik vroeg me af: is Stegeman daarvoor als trainer wel de juiste man? Toen ik opstond en het bizarre nieuws las, hoefde ik daar niet meer over na te denken. Ik wist het antwoord al en mijmerde over een jonge, beloftevolle trainer die een paar jaar echt eens de tijd neemt iets op te bouwen.

De romanticus in mij won het voordat het cynisme bijtend probeerde toe te slaan. De romanticus in mij zei: waar mensen vertrekken, komt ruimte vrij voor nieuwe gedachten, nieuwe visie, nieuwe plannen, nieuwe doelen. Misschien krijgen we nu wel een mix van appie-happie jongens met talentvolle, creatieve jongeren. Lijkt me geweldig. Dat het hart van de ploeg blijft en aangevuld wordt met snelle gasten voorin. We zullen vast moeten bezuinigen, dus jonge gasten die nog dromen hebben, laat ze maar komen. Go Ahead zal toch weer een heel nieuw team moeten bouwen. Ik las het interview met grootaandeelhouder Alex Kroes en werd er enthousiast van. Wellicht naïef, maar zijn visie was tenminste een visie en klonk nuchter, ambitieus en goed tegelijk. Langzaam klimmen naar nummer 14 van Nederland, geduldig, maar keihard werkend. Met aandacht voor de eigen jeugd, ons dna, in de sfeer van belofte en progressie.

Wat dat betreft nog wel even dit: Stegeman zei na zijn afscheid dat hij hoopt dat hij een goede basis heeft neergelegd. Dat lijkt een wanhopig teren op drie maanden voortreffelijk voetbal in 2018. In 2019 heeft John Stegeman meer verloren dan gewonnen, was het doelsaldo schrikbarend, zijn de vermoeide spelers eerder minder dan meer waard geworden en zijn de play offs geen vooraf knap uitgedokterde race maar een gevaarlijk casino geworden, waarin uiteindelijk het balletje niet op rood maar op zwart viel. Ik geloof niet dat we later kunnen zeggen: de basis is gelegd door Stegeman.

De basis voor een hoopvolle toekomst die je Go Ahead Eagles gunt, is er nog lang niet. Die zal in de komende jaren gelegd moeten worden door Paul Bosvelt en Alex Kroes. Als het de volgende seizoenen groeit en bloeit in de Adelaarshorst zijn dit de mannen die hun handtekening eronder mogen zetten. En John Stegeman? Die zal helaas worden herinnerd als de zelfbenoemde supporter met roodgeel bloed die kortstondig voor trots, opwinding en hoop zorgde, maar zich uiteindelijk heeft opgebrand. Het heldendom ging aan hem voorbij door dat ene balletje dat net verkeerd viel. Het verschil tussen zuivere romantiek en zuur cynisme en wellicht een beetje karma. Hij is wat hij zelf al zei: een passant. Sommige passanten, als Ten Hag, Louis van Gaal of Pep Guardiola, laten sporen na waar een club nog jaren op kan teren. Stegeman is een passant die we dankbaar moeten zijn voor de fantastische wedstrijden die er gespeeld zijn. Maar nu mag dat boek dicht, de woede is klaar, het voetbal gaat verder en er zullen nieuwe romantische verhalen worden geschreven….

WIE IS ROBERT HEUKELS?

Robert Heukels (1969) werd geboren in het St. Jozef ziekenhuis, bijna op de middenstip van de Adelaarshorst. Zijn oma breide jarenlang sjaals in de kleuren van juweel. Vanaf 1992 zette hij zich in voor de club, met als hoogtepunt de functie van teammanager onder Foeke Booy en Dennis Demmers. In het dagelijkse leven is hij hoofdredacteur van het magazine WENDY en vader van vier….