Hunkeren naar een roodgele lente

Nu de play offs naderen en het virtuele schema al weer rondwaart (FC Den Bosch en De Graafschap zijn voorlopig de voor ons te overwinnen tegenstanders) dendert de promotiekoorts in mijn hoofd en buitelen herinneringen over elkaar heen. Met dank aan Remko Pasveer, de man die plotseling met groot geweld zijn stempel drukt op het verloop van de huidige eredivisie.

Remko heeft ineens een woest kapsel en zijn twijfelachtige coupe ingeruild voor wat leeuwenmanen. Het toch al gespannen PSV schrok er zo van dat Remko na lange onzichtbaarheid ineens alle licht op zich zag geworpen, dankzij ferme reddingen die deden denken aan zijn glorietijd bij Go Ahead. Ineens was hij weer de stoere keeper die in zijn eentje hele legers trotseerde. Weg was de herinnering aan vorig seizoen, toen hij bij de club van mijn zoontje, Swift, geen enkele penalty hield en zijn Vitesse zich blameerde tegen een amateurvereniging in de beker.

De schlemiel werd weer een held. Dit was de Remko van het roemruchte tweeluik tegen Willem II in 2010. Ach, die actie van Vosselman, de voorzet, de herrijzenis van Koen van der Biezen, de 1-0 in extremis. Dat was meer dan mooi, ik heb nog nooit zoveel mannen zien huilen van geluk. Voorbarig. Maar toch. De return zag ik thuis in Amsterdam, via RTV Oost en dat was in alle opzichten traumatisch. Ik vergeet nooit meer hoe nota bene Jantje van Staa als analist de geweldige prestaties van Andries Ulderink en co ging lopen bagatelliseren, hoe somber men daar in die studio de boel zat voor te beschouwen, hoe negatief het commentaar was, hoe slecht de wedstrijd, hoe nerveus wij van roodgeel acteerden en hoe kansloos alles al snel leek. Maar wij hadden Remko en Remko keerde alles. Nu ja, bijna alles. En als Jules nu gewoon die bal…. Enfin, bekend verhaal: net niet.

Nee, dan Erik ten Hag en zijn jongens in 2013. Het favoriete Volendam werd volledig weggespeeld door een briljante Promes, een ijzersterke Kolder en die razendsnelle aanvallen via Overgoor, Turuc, Houtkoop en Antonia. Drie-nul, wat een geluk stroomde door roodgele aderen, we waren terug. Eindelijk! Na zeventien lange jaren. Ik zie Quincy Promes nog lopen op het parkeerterrein, om zich heen de hele familie, met kleine danspasjes, zo opgetogen en blij. De lente schonk Deventer alle lichtheid en weer waren er tranen.

De lente van 2015 kende echter al weer donkere wolken. Het seizoen was voor de geesten van de jonge Adelaars rampzalig zwaar geweest. Keer op keer opgewacht door teleurgestelde, boze mensen, keer op keer net niet gewonnen, keer op keer in de slotfase genekt. En toch. De Graafschap moesten we kunnen hebben en twee wedstrijden lang waren we behoorlijk beter. Maar de wedstrijden waren behekst. De lat. De paal. Glynor Plet die alles goed deed behalve waar hij voor was gekomen: scoren. Plots stonden we huilend op het veld, weer die tranen, nu van verdriet. Overgoor, Schalk, Vriends, ontroostbaar. Clubliefde bestond dus nog wel, een beetje, maar voetbal was net ganzenbord: terug naar de gevangenis en wachten op Leon de Kogel. De ultieme revanche volgde al in 2016 toen hij de Superboeren met een heerlijke schuiver schaakmat zette.

De play offs zijn zo ontzettend mooi. Hoop, geloof, verbijstering, teleurstelling, alles ligt adembenemend dicht bij elkaar. John Stegeman weet er alles van. Met Heracles verpulverde hij op sensationele wijze de dromen van FC Groningen en FC Utrecht in

2016. Groningen had al gewonnen, toen plots, vlak voor tijd, er een storm opstak in Almelo en na verlenging er een onvoorstelbare 5-1 op het bord stond voor John en zijn mannen. In de finale zouden ze kansloos zijn tegen het superfitte Utrecht van Erik ten Hag dat draaide als een tierelier, maar na de 1-1 in Almelo kwam de sensatie in de Domstad: 0-2 voor John. Heracles Europa in! Dat werd dan weer niet zo’n geweldig avontuur, maar dat terzijde. Voor ons een fijne gedachte: John kan play offs winnen. Dat we dat maar weten.

Kortom, laat het snel beginnen. En ook weer niet te snel. Een goede play offs begint vaak met een knap voorspel. Daarom moeten we ons nog wel even in een mooie positie manoeuvreren, de derde plaats geeft immers serieus perspectief. En dan vier heroïsche wedstrijden, die vervelende Superboeren ontmantelen en een welverdiend feest op de Brink. Mensen die nu nog murmelen dat promoveren eigenlijk helemaal niet zo verstandig is, sluiten we ondertussen tijdelijk op, in de lente gaat het om de prijzen, de essentie van sport. Sport gaat om verhalen, om heroïek, dat maakt het zo mooi.

Aan alles voel je dat Deventer er klaar voor is, de rijen worden gesloten, het gezang zwelt al langzaam aan. Het team zal gedragen worden in een roodgele lente.

WIE IS ROBERT HEUKELS?

Robert Heukels (1969) werd geboren in het St. Jozef ziekenhuis, bijna op de middenstip van de Adelaarshorst. Zijn oma breide jarenlang sjaals in de kleuren van juweel. Vanaf 1992 zette hij zich in voor de club, met als hoogtepunt de functie van teammanager onder Foeke Booy en Dennis Demmers. In het dagelijkse leven is hij hoofdredacteur van het magazine WENDY en vader van vier….