Het eeuwige dilemma

Er zijn genoeg mensen die het vinden en die het volstrekt met mij oneens zijn. Heel veel roodgele mede-fans vinden dat je beter jaar in jaar uit in de top van de KKD kunt spelen dan af en toe in de kelder van de Eredivisie. Leuk toch: altijd spektakel en de hoop op een periodetitel, meer winnen dan verliezen en niks mis met de vrijdagavond die begint met bier en heuj-heuj-heuj. Dat je om de haverklap een kunstgrasveld wordt opgejaagd en een paar keer voor lege tribunes tegen razendsnelle en behoorlijk getalenteerde beloften de bietenbrug opgaat: tja, part of the game, je kunt niet alles hebben.

Ik weet nog dat ik een paar jaar geleden bij mijn goede vriend en ijzervreter Bart Vriends in de auto zat en de IJsselbrug verlieten, we waren in het voorjaar gedegradeerd en nu was het najaar en stonden we plotsklaps eerste en zong de B-Side van ‘Wij staan bovenaan’. Dennis Demmers was nog gewoon trainer, Leon de Kogel schoot alles erin, Randy Wolters rende zich rot en de in bloedvorm stekende Chris David was nog niet op een kunstgrasveld onderuit geschopt door de keeper van MVV. Bart zei: “Robert, zal ik je eens wat vertellen: ik vind het wel even fijn zo. Ik was al dat verliezen zo zat, nu weet ik weer hoe heerlijk winnen is.” Ik vroeg of hij gek was geworden. Hij gaf meteen toe: “Maar dat is tijdelijk.” Zo kende ik Bart weer, een echte topsporter wil het hoogste en niets anders dan het hoogste.

Oké, vooruit. Dit seizoen is de Keuken Kampioen Divisie een feest. De duels in de top zijn minstens gelijkwaardig aan de duels in de krochten van de Eredivisie en bij alle teams zie je heerlijke talenten eraan komen, voel je de intensiteit van het spel en bij veel doelpunten lik je de vingers af. En toch, ik heb er helemaal niks mee. Verliezen van Telstar, dat went nooit. Weggespeeld worden door Jong PSV, dat gaat door merg en been. Ik denk niet dat je kunt verliezen van dit Roda JC op echt gras en als het dan toch vrij sullig gebeurt op kunstgras is mijn dag verpest. Dit soort dingen, het stoort me enorm.

Waarom? Waarom haat ik het zo wanneer er tevredenheid heerst, als ‘spelen in de subtop van de KKD’ ook wel prima wordt gevonden? Mijn antwoord: het doet mensen die er alles aan doen hun top te halen te kort. En dat kan nooit de bedoeling van topsport zijn. Istvan Bakx is 32 en in de verte gilt zijn voetbalpensioen. Die man wil volgend jaar helemaal niet spelen in de KKD, die man wil zich meten met middenvelders van zijn eigen niveau, die net zo snel denken en handelen, het net zo snel zien, met wie hij op gelijkwaardige basis kan battelen. Als er nog groei in hem zit, moet het eruit worden gehaald en dus wil, nee moet hij een stap omhoog. Bakx speelt met de duivel op zijn hielen en de tijd tikt hem veel te hard. Die man wil maar één ding. Een prijs. De Eredivisie in. Paco van Moorsel: zelfde verhaal, is al 29. Jeroen Veldmate, 30: de tijd dringt. Zelfs midden twintigers als Thomas Verheydt, Gino Bosz, Jaroslav Navratil: wat hebben ze op lange termijn te zoeken in de KKD als ze nog echt, substantieel beter willen worden?

Voetballers zoeken in heel korte tijd naar hun eigen top en alleen de zucht naar verbetering kan ze daarin helpen. Dus wil je meer weerstand, hogere doelen, grotere uitdagingen, betere tegenstanders. Je wilt een jaar lang volle stadions, niet maximaal 9.000 mensen, maar frequent 30.000 mensen op de tribunes, niet soms op Fox, maar altijd op Fox, niet in eenkolommertjes in de zaterdagkrant, maar in grote stukken in de maandagbijlages, niet besproken worden door talking heads van RTV Oost of in het beste geval door Hans Kraay junior maar onderwerp van gesprek bij Studio Voetbal, Rondo, Veronica Inside en dat nieuwe programma van Humberto Tan. Je wilt er toe doen. Je wilt een van die gasten zijn die op voetbalplaatjes in de Albert Heijn pronken. Je wilt echt voetbal spelen. Altijd echt gras. Altijd een mannetje tegenover je die minstens zo goed is, aan wie je je op kunt trekken.

Ik denk daar vaak aan, als er weer zo’n zinderend seizoen in de KKD langstrekt. En ik ook, dat geef ik grif toe, vaak blij op veer, omdat we gewoon meer winnen dan verliezen en we zeker dit jaar zo’n herkenbaar, gaaf elftal hebben met jongens die me stuk voor stuk aanspreken. Met wie je meelijdt, meevoelt en meejuicht. Maar juist daarom is de honger naar succes zo intens groot. Deze gasten gun je het, een kans waarop velen misschien al niet meer hadden gerekend. De kans het te laten zien op het hoogste niveau.

En daarom kost het me moeite te zien dat we tegen Roda een fase lang best heel goed voetbal lieten zien, maar toch werden weg gecounterd door die tijdrekkende thuisploeg. De gedachte dat het kunstgras een gruwel is voor bepaalde jongens van onze ploeg is bijna onverdraaglijk. De wel winnende concurrentie voelde als zout in de wonde. Dat doet juist nu extra pijn allemaal.

Want al is het stap voor stap bouwen, al is het proces heilig en zullen we met secuur doorselecteren en doorgroeien misschien pas in de lente van 2020 op de Brink staan, de essentie van topsport is: gaan voor het beste, reiken naar het hoogste. Ik wil gewoon Istvan Bakx op zijn 33ste in de eredivisie zien. En in geen ander shirt dan dat van roodgeel. Als iedereen die noodzaak voelt, is alles mogelijk. Topsport is niet alleen een proces en groeien, het is ook dromen en het durven najagen daarvan, stap voor stap, dat wel…

Robert Heukels

WIE IS ROBERT HEUKELS?

Robert Heukels (1969) werd geboren in het St. Jozef ziekenhuis, bijna op de middenstip van de Adelaarshorst. Zijn oma breide jarenlang sjaals in de kleuren van juweel. Vanaf 1992 zette hij zich in voor de club, met als hoogtepunt de functie van teammanager onder Foeke Booy en Dennis Demmers. In het dagelijkse leven is hij hoofdredacteur van het magazine WENDY en vader van vier….

De columns van Roy Beumer, Gerard Somer, Erdal Ascipinar en Robert Heukels nogmaals lezen? Klik dan gerust hier!

Op de hoogte blijven van het laatste sportnieuws uit de regio Deventer? Volg Drtv Sport op Twitter en Facebook!