Noem niet normaal wat niet normaal is

Het nieuwe normaal.

De anderhalve meter samenleving.

 

De termen vliegen je dagelijks om de oren.

We zijn er al zo aan gewend dat ze nauwelijks meer opvallen.

Maar hoe normaal is dat nieuwe normaal?

 

“Maak niet normaal wat niet normaal is” sprak de koning op 4 mei op een lege Dam.

Uiteraard zei hij dat in de contekst van de dodenherdenking.

Hij blikte terug op wat vijfenzeventig jaar geleden gebeurde; het apart zetten van groepen mensen, met alle gevolgen van dien.

Hij waarschuwde dat dat niet weer mag gebeuren.

Geen moment dacht hij daarbij aan de crisis die ons treft.

 

 

Zijn woorden bleven bij mij hangen; ook met het oog op ons huidige samenleven.

Ik weiger wat er nu gebeurt het nieuwe normaal te noemen.

Want het is niet normaal.

 

Nee, het is niet normaal dat we elkaar niet omhelzen.

Het is niet normaal dat mensen in zorginstellingen niet of nauwelijks bezoek ontvangen.

Het is niet normaal dat moslims het Suikerfeest vierden met enkel hun gezin,

of dat christenen het Pinksterfeest vieren via digitale kerkdiensten.

Beiden zijn juist feesten van ontmoeting, verbondenheid en samenzijn.

 

En straks, in juni: dan is het nog steeds niet normaal dat je moet reserveren voor je favoriete kroeg of op gepaste afstand bediend wordt in het restaurant.

Het zal niet normaal zijn bij elk museum vooraf een tijdslot te reserveren, of met mondkapjes op in de trein te stappen.

 

Als dát het nieuwe normaal is, vind ik dat abnormaal.

En laten we het dan ook zo noemen: het nieuwe abnormaal.

Zolang de maatregelen, noodgedwongen, blijven.

 

 

In de Bijbel staat een mooi lied dat het verlangen naar herstel verwoord.

Met onder andere deze woorden:

Weemoed vervult mijn ziel

nu ik mij herinner

hoe ik meeliep in een dichte stoet

en optrok naar het huis van God –

een feestende menigte,

juichend en lovend.

 

Weemoed…

Voor de een is het een verlangen naar het Suikerfeest, voor de ander het uitzien naar het Pinksterfeest.

Voor weer een ander is het Lowlands, Deventer op stelten, de Zwarte Cross of de Adelaars-horst met een zinderende wedstrijd van Go Ahead.

 

De anderhalve meter samenleving.

Daarin houden we elkaar gevangenen.

Of beter gezegd: daarin en daarmee zorgen we voor elkaar.

Omdat het moet.

Niet omdat het een nieuw normaal is.

En laat het ook nooit normaal worden.

 

Voor hoelang zal dat zijn?

Geen mens kan het zeggen.

Laten we hopen dat het nieuwe abnormaal langzaam maar zeker naar iets minder abnor-maal gaat.

Zal het worden zoals het was?

Ik heb geen idee.

Maar ik wil pas spreken van een nieuw normaal als we elkaar weer omhelzen,

als bewoners van zorginstellingen bezoek ontvangen,

als mensen het Suikerfeest of het Pinksterfeest samen vieren,

de kroegen en de restaurants vol zijn,

we zomaar een museum kunnen binnenlopen

en onbezorgd in de trein stappen.

 

En ja, Lowlands, Deventer op stelten, de Zwarte Cross en de Adelaarshorst zullen weer zinderen als voorheen.

 

Benoem tot die tijd niet normaal wat niet normaal is.

Hoe het bij het nieuwe abnormaal.

Geschreven door predikant Henk Schuurman van Protestantse Gemeente Colmschate-Schalkhaar