Klokken en Kaarsen

Elke zondag laten de klokken van de Lebuinus om kwart voor tien hun gebeier horen.

Voordat de coronacrisis begon was dat voor zo’n 300 mensen het signaal dat ze welkom waren om de kerkdienst bij te wonen.

De klokken beieren nog steeds op het zelfde tijdstip, maar alles is anders geworden.

Zes mensen verzorgen de dienst via internet en DRTV

Verder is het stil in en om de kerk.

Uit naastenliefde zijn de deuren op zondag voor de geloofsgemeenschap gesloten.

Maar uit diezelfde naastenliefde staan ze elke morgen een paar uur dag uitnodigend open

voor iedereen die persoonlijk een kaarsje wil aansteken en even op adem wil komen.

De Middeleeuwse kerk in het hart van de stad is groot genoeg

om dat veilig te kunnen doen.

In deze dagen waarin we zoveel nabijheid moeten missen voelt het fijn

om je even te laten omarmen door de eeuwenoude muren.

Hoeveel mensen zullen ons hierin al voorgegaan zijn

En hoeveel kaarsen zullen er aangestoken zijn in al die eeuwen?

In gedachten zie ik een heleboel mensen voor me,

die met aandacht en concentratie een kaarsje branden,

oor zichzelf of voor een ander,

Voor wie naast ons leven

en voor wie we verloren aan de dood.

Het kleine vuur geeft licht

Dat licht kruipt

door de barsten en breuken van onze ziel naar binnen

om ons te troosten, warmte en moed te geven.

De gloed van de kaarsvlam

vertelt van licht dat uiteindelijk sterker zal blijken dan het donker,

van de warmte van een liefde die sterker is dan de dood.

Waar komt het licht vandaan?

Van God, zal de één zeggen,

Ik ben zo iemand die dat gelooft.

Maar een ander zal zeggen:

‘wat doet het ertoe?

Het is er, het licht.

dat is het belangrijkste

om het in deze crisis uit te houden!’

Onze voormalige stadsdichter Wibo Kosters Kalman verwoordde dat

op zijn eigen poëtische wijze

het licht moet toch ergens vandaan komen

vandaag me sneeuwblind gewaand:

al die mensen

al dat licht moet toch ergens vandaan komen

een koude waandag

en ineens schijnt het door

de wanden;

mensen als vliegerpapier

als lampionnen

waardoor het zinnelijk straalt

dat licht dat zo moeilijk

te vangen

beweegt

die bonte stoet

door straten onder lantaarns

al die mensen

al dat licht

dat komt we gaan

zijn lamplicht

op een ongure wind

In de Lebuinus blijven we de klokken luiden en laten we de kaarsen branden

Als lamplicht achter de ramen

Als een groet voor jou!