De wereld lacht mij toe

Hoort u dat nou goed?
Ja, dat hoort u goed: de wereld lacht mij toe.
Niet het eerste waar je aan zou denken als de wereld in beeld komt.
En dan hoeven we het nog niet eens ver te zoeken.
Merkt u ook dat de lontjes korter worden
en dat er weinig geduld is met mensen die even onhandig zijn
of de dingen anders willen doen en hebben dan jij?
Het kan natuurlijk ook mijn eigen korter wordende lontje zijn.
Zeker zo tegen de vakantie ben ik niet altijd het toonbeeld van mildheid.
Niets menselijks is de dominee vreemd.
En zo schuurt het her en der, in onze eigen situaties en in de samenleving.
Het is me ook nogal een tijd waarin we leven.

En toch: de wereld lacht mij toe.
Dat zinnetje is onderdeel van het levensmotto van een prachtige oude dame die ik gekend heb.
Nu zou je denken: die heeft een lang en gelukkig, zorgeloos leven gehad.
Maar zo eenvoudig lag dat niet.
Ze was geboren in Nederlands-Indië, zoals dat toen heette,
en veel van de aangrijpende verhalen die we kennen uit die tijd, kon zij uit eigen ervaring vertellen.
Ook verder in haar leven, in Nederland, maakte zij veel mee.
Het geluk werd haar niet zonder meer in de schoot geworpen.
En toch was haar levensmotto:
‘De wereld lacht mij toe. Niet omdat de wereld lacht,
maar omdat ik in die wereld mijn eigen vreugde dacht.’

Wat een geestkracht spreekt er uit die woorden.
Zij wist een bron in zichzelf te vinden, een bron van vreugde.
En die bron is niet bedolven geraakt onder het puin van de geschiedenis
of onder de dingen die zij persoonlijk meemaakte.
Natuurlijk zal ze wel eens hebben moeten zoeken naar de bron, de vreugde.
Een levensmotto is ook een opdracht; het gaat niet altijd vanzelf.
Wie een motto heeft wil zichzelf bij de levensles houden.
Misschien is de meest bekende wel: pluk de dag.

Dan vind ik deze toch wat diepzinniger:
‘De wereld lacht mij toe. Niet omdat de wereld lacht,
maar omdat ik in die wereld mijn eigen vreugde dacht.’
De erkenning dat de wereld uit zichzelf niet lacht – zo is het toch ook vaak?
Aangrijpende beelden trekken langs ons heen in journaals en kranten.
Je kunt er niet omheen.
Maar wel ín de wereld die niet lacht, je eigen vreugde denken.
We hebben allemaal iets te geven aan de wereld, in de wereld.

Vreugde, levenslust, moed, volharding, mildheid, humor, een kritische geest enzovoort.
Ik ben benieuwd wat u in te brengen heeft.
Is de bron toegankelijk, of wil het even niet door chagrijn of vermoeidheid?
Waar haal je het vandaan?
Het is een mooie gedachte dat het je gegeven is – daar zijn we in de kerk nogal van.
Van hogerhand zijn ons talenten toebedeeld.
Aan ons de schone taak om die in te brengen in onze omgeving, in de wereld zelfs.

Soms lijkt de bron op te drogen of bedolven te raken
onder gebeurtenissen en maatregelen.
Gek zou je ervan worden, van die anderhalve meter en alles wat voelt als een beperking.
We hebben zo gauw het idee dat dingen van ons afgepakt worden.
Er wordt ons iets aangedaan…

Ook de wijze oude dame had zich kunnen verliezen in bitterheid en ongeloof.
Maar ze koos dat andere levensmotto:
‘De wereld lacht mij toe. Niet omdat de wereld lacht,
maar omdat ik in die wereld mijn eigen vreugde dacht.’
Zij deed de wereld haar vreugde aan.

Wat gun ik ons allemaal zo’n motto.
Wat wij met z’n allen de wereld wel niet kunnen aandoen aan positiviteit.
Soms moet je even terug naar de bron.
Ik ga daar deze zomer op oefenen, los van alles,
mee duikend met de golven, spartelend boven komen, happen naar adem
en dan de bevrijdende lach.
Reken maar dat die de hemel haalt.
De wereld lacht mij toe.