Corona krullen

Op maandag 11 mei mochten de kappers weer aan de slag.

Ze werden niet direct tot de vitale beroepen gerekend,

maar als je merkt hoe mensen snakken naar een knipbeurt, met of zonder kleurtje,

dan kun je daar zomaar anders over denken.

Een fris koppie voelt heel vitaal! En íemand moet het doen…

Natuurlijk, je leven hangt niet af van je kapsel, maar ik begrijp het wel.

 

Je zelfbeeld krijgt toch al een aardige knauw in deze tijd.

Voor veel mensen geldt dat het ritme uit hun dagen is.

Je bent veel in en om huis, ziet minder mensen,

mist het gewone contact met anderen, collega’s.

Allerlei mensen en dingen die haast ongemerkt zin gaven aan je leven,

kunnen dat nu niet doen.

En ook al duurt het al wéken, echt wennen wil het niet.

Voor je het weet ben je een paar coronakilo’s rijker

en dan zit je haar ook nog voor geen meter.

Het kan een armoedig gevoel geven: dit ben ik niet, zo wil ik niet zijn.

 

Kijk ik zelf in de spiegel, dan zie ik hoe mijn eigenwijze, grijze krullen een spurt hebben genomen.

Zó dat mijn moeder vroeg: wat vind je er nou zelf van?

Grappig, hoe in zo’n vraag een mening verstopt zit.

Ik kon er wel om lachen, op moederdag.

Mijn kapster probeerde mij al jaren tot langer haar te bewegen.

Het paste niet in mijn zelfbeeld van het type kort, pittig.

Toen ik het dan toch een beetje liet groeien, moedigde ze mij aan:

op een gegeven moment wordt het moeilijk, dan ga je door een lastige fase,

maar dan moet je volhouden hoor!

Van die dingen die ik als dominee ook wel eens tegen mensen kan zeggen:

Houd moed, heb lief, je komt er doorheen, hoe dan ook.

Ondertussen vinden sommigen mij er zachter uitzien, liever.

En ik maar roepen: als ik maar geen marshmallow word!

Je zelfbeeld, het wéét wat, mensen!

 

Wat maakt ons tot wie we zijn?

De kapper kan de buitenkant weer even goed in model brengen, en op kleur.

Dat is heerlijk.

En dat doet ook wat met onze binnenkant.

Niks mis mee, en hopelijk houden de kappers zo het hoofd boven water.

 

Maar de onrust die bezit van ons heeft genomen hoeven we niet gelijk glad te strijken.

We moeten erdoorheen, maar eens even laten gebeuren

en proberen er met geduld en liefde naar te kijken, ook als het alle kanten op krult.

Als je niet zo productief bent,

als je – privé of qua werk – niet weet welke kant het op moet,

als er meer vragen dan antwoorden zijn.

Houd moed, heb lief… wappert het aan de Lebuinuskerk.

 

In de kerk houden we van tellen.

Veertig dagen tot Pasen, en dan: vijftig dagen tot Pinksteren, het inspirerende feest van de Geest – daar zitten we middenin.

Vijftig dagen… al tellend besef je: je krijgt niet zomaar de Geest.

Je moet er ook een beetje voor open kunnen staan.

 

Het hoopvolle is: de Geest van God heeft meer kans om ons te inspireren en te raken

als het een beetje rommelt of zelfs erg rommelt

dan als we strak in het gelid leven.

 

Mijn corona krullen laat ik nog even de vrije hand.

Mijn onrust probeer ik niet te bezweren.

Houd moed, heb lief – zeg ik tegen jou, tegen u en mezelf.

Ondertussen tellen we rustig door tot 50,

hopend dat we de Geest zullen krijgen.

Wie we zijn, wie we kunnen worden,

daar krijgen we vast en zeker opnieuw oog voor.

Houd moed, heb lief.

 

Geschreven door Saar Hoogendijk, predikant van de Protestantse Gemeente Deventer.