Blikrichting

Wie met de trein rechtstreeks van Deventer naar Den Haag reist, merkt dat de trein na de tussenstop op station Utrecht Centraal een andere rijrichting neemt.

Kwam je Utrecht Centraal vooruitrijdend binnen, dan reis je nu achteruit verder.

En het omgekeerde is dan natuurlijk ook waar.

Je merkt het in de trein meteen als er reizigers zijn die deze rit voor het eerst maken en in verwarring opkijken.

En zeker reizigers die niet tegen achteruit rijden kunnen, zijn maar wat blij als er bij deze gevoelsmatige ommekeer een lege stoel vóóruit te vinden is.

 

De gewone, natuurlijke gang van mensen is de beweging naar voren. Zo staat dan ook ons gezicht gericht: met de blikrichting naar voren.

Wie tijdens het wandelen steeds achterom kijkt, loopt het risico te struikelen.

En dat gebeurt ook, wanneer je alleen maar omhoog kijkt.

En als je voortdurend naar beneden kijkt, knal je vroeg of laat wel ergens tegenaan.

 

Valkuil op of na Hemelvaartsdag is de naar boven gerichte blik.

“Wat staan jullie naar de hemel te kijken?” wordt in het Bijbelverhaal dat van Jezus’ hemelvaart vertelt dan ook meteen aan de leerlingen van Jezus gevraagd.

Van zo’n blik omhoog krijg je alleen maar een stijve nek.

 

Zoals je van een blik achterom een zoutpilaar kunt worden.

Althans, zo vertelt een Bijbelverhaal dat van de vrouw van Lot, de neef van Abraham en Sara.

De vrouw van Lot had met haar man en dochters in een hele nare stad gewoond.

Een stad waar het recht van de sterkste gold, een stad waar verschil tussen mensen niet als mooi werd ervaren maar als bedreigend.

Zeker voor wie het voor het zeggen dacht te hebben. En dat zijn vrijwel altijd hetero-mannen.

“Weg! Weg! Laten we wegwezen, voordat het te laat is” had Lot geroepen, toen deze nare stad op een dag op instorten stond.

Want zo gaat het altijd met dit soort steden die, zeg maar, niet inclusief zijn, maar daarentegen categorisch mensen uitsluiten: vroeg of laat gaan ze in vlammen op en resten slechts de puinhopen.

Maar kennelijk was de vrouw van Lot toch zo aan die stad gaan hangen, dat ze er niet meer van loskwam en met haar blik achterom in plaats van vooruit als een zoutpilaar strandde.

 

Alléén met de blik vooruit, zie je wat vóór je ligt, kijk je de toekomst in.

De machinist die de trein vanuit Amersfoort naar station Utrecht Centraal heeft gereden,

moet dan ook naar de andere kant van de trein lopen om vandaaruit de treinrit richting Den Haag veilig te vervolgen.

En alleen de reizigers die dan vóóruitrijden zien in de verte de bebouwing van de hofstad naderen.

 

Het is maar goed dat de leerlingen in het verhaal van de hemelvaart van Jezus niet omhoog zijn blijven staren.

Want met de blik vóóruit gericht zijn ze naar de stad gegaan.

En laat nu die stad, Jeruzalem, door hun aanwezigheid een totaal andere stad zijn geworden dan die verschrikkelijke stad uit het verhaal van de vrouw van Lot.

Kwam het door de verhalen die ze daar om te beginnen aan elkaar zijn gaan vertellen over Jezus? Kwam het doordat ze elkaar tijdens het vertellen van die verhalen aankeken?

 

Want dat is, naast de blik vóóruit, wat we met de natuurlijke houding van onze gezichten óók kunnen doen: elkaar aankijken.

Dat kun je niet met je gezicht omhoog.

En al helemaal niet als je met je hoofd in de wolken gaat lopen.

En zo zou het ook nooit de Pinksterdag zijn geworden, waarvan het Bijbelverhaal tien dagen na de Hemelvaart van Jezus van vertelt.

Maar in Jeruzalem vonden de ogen van de leerlingen van Jezus elkaar.

Zij zagen een veelbetekenende blik in elkaars ogen, toen ze elkaar gingen vertellen wat ze onderweg allemaal hadden gezien, toen ze met Jezus waren meegereisd naar Jeruzalem.

Een warme gloed, een vurige blik – noem het heilige Geest.

 

Net zoals vier mensen in de trein die op twee banken tegenover elkaar zitten, opeens een leuk gesprek kunnen hebben als ze opkijken van hun smartphone en aan de praat raken.

En dan maakt het niet uit of je vóór- of achteruit rijdt.

Daarom hoop ik dat we over een tijdje weer zo dichtbij elkaar kunnen zitten in het OV.

Want zo zijn het de leukste treinritjes!

 

Geschreven door Ds. Gert Wijnstok van PG Bathmen-Okkenbroek.