Het brievenproject

De leerlingen schrijven in totaal drie brieven aan Joodse ouderen. Hierin stellen zij onder andere vragen over de Tweede Wereldoorlog en vertellen zij wat hun bezighoudt in het dagelijkse leven. De Joodse ouderen vertellen over hun ervaringen en belevenissen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, leren over de scholieren en komen erachter hoe direct een kind kan zijn. De verhalen die aan elkaar worden verteld zorgen voor begrip, onbegrip, ontroering en een kijk in elkaars leven. Tijdens het uitwisselen van de brieven is het ontstaan van een band tussen de briefschrijvers bijna onvermijdelijk. Na het uitwisselen van deze brieven ontmoeten de scholieren en ouderen elkaar in de Holandsche Schouwburg in Amsterdam voor het eerst. Een bijzonder en ontroerend moment. Ter afsluiting van dit project komen de ouderen op bezoek bij het Stormink in Deventer.

Trijnie van der Wolde, mentor van klas S2BC geeft aan dat ze het noodzakelijk vindt dat kinderen veel weten over wat er gebeurd is: ‘’Dit is een hele mooie manier om ze wat te leren. Het gaat om zes miljoen Joden, ik kan me daar niet veel bij voorstellen. Laat staan de kinderen. Het zijn allemaal verschillende verhalen, iedereen heeft iets anders meegemaakt en dat merk je ook door dit project.’’

(Tekst gaat onder de video door)

Onderduikhuisjes

De leerlingen van het Stormink schreven tijdens dit project niet alleen brieven naar Joodse ouderen, ook maakten zij tijdens hun handvaardigheidslessen ‘onderduikhuisjes’. Hun gedachte en visie van hoe een huis waarin ondergedoken werd eruit kan zien, werd in deze creaties weergegeven. De gemaakte huisjes werden gepresenteerd aan de Joodse ouderen en dat riep emotie en bewondering op.

Op dinsdag 16 april kwamen de Joodse ouderen op bezoek bij het Etty Hillesum Lyceum het Stormink. Die dinsdagochtend stapten één voor één ouderen met hun verhaal de grote school binnen, terwijl de leerlingen van klas S2BC zorgden voor een warm welkom. Tussen sommigen een hand, tussen anderen een omhelzing. In het klaslokaal waar leerlingen, ouders, docenten en de Joodse ouderen zich hadden verzameld vond een passende afsluiting van dit Brievenproject plaats. Trots werden de onderduikhuisjes gepresenteerd aan de Joodse ouderen, die erg onder de indruk waren. De leerlingen waren zichtbaar trots, een enkeling opgelucht, na het toelichten van hun gemaakte onderduikhuisjes. Dit project zorgt ervoor dat de Tweede Oorlog tastbaar wordt voor de leerlingen en een kijk krijgen in hoe het leven toen moest zijn geweest.

Joodse ouderen

Rosemarie Frijda was nog maar een baby toen haar ouders moesten onderduiken. Ze werd bij een zakenrelatie ondergebracht. Rosemarie heeft brieven uitgewisseld met leerlingen van klas S2BC.

Rosemarie Frijda: ‘’In eerste instantie twijfelde ik om mee te doen. Het gaat over emoties en iets wat lang geleden gebeurd is maar toch doorspeelt in je hele leven. Je schrijft met jonge mensen die een maatschappij in moeten waar discriminatie speelt en dat is ook wat er met ons Joden is gebeurd, daarom dacht ik; ik doe het toch. Het zijn jonge mensen die geen gêne hebben en ze zijn heel direct.’’

Jochanan Chaïm Belinfante woonde in 1943 in Amsterdam. Halsoverkop vertrok hij in dat jaar naar Denemarken. Als hij in Nederland was gebleven was hij er nu niet geweest. Jaren later kwam hij er definitief achter dat alle familieleden die achterbleven vermoord waren.

Jochanan Chaïm Belinfante: ‘’Het was heel moeilijk, binnen 24 uur vertrokken wij. Ik ben een Deen, als ik een Nederlander was geweest was ik nu dood geweest. Zo’n tien jaar daarna wist ik het eigenlijk wel zeker; mijn oom, mijn tante… alles vermoord.”

De afsluiting van het brievenproject is Jochanan niet in de koude kleren gaan zitten. Ook hij heeft brieven uitgewisseld met leerlingen van het Stormink.

Jochanan: ”Ontroerend. De emotie, de energie en alles wat ze gedaan hebben om te laten zien wat ze gemaakt hebben vond ik heel bijzonder. Heel bijzonder vind ik dat ze dus iets maken zodat ze kunnen laten zien hoe zij dit hebben ervaren en het in hun hoofd hadden.”