Volgens rouwdeskundige Leoniek van der Maarel vermijden ouders en kinderen het gesprek over de dood omdat ze elkaar in bescherming nemen en niet willen belasten met verdrietige zaken zoals de dood. De meest genoemde reden dat ze wachten tot het overlijden onvermijdelijk is. Vaak komt een overlijden onverwacht. Er is dan weinig tijd en aandacht meer om na te denken over het regelwerk dat bij een afscheid komt kijken. 
 
Rol van de kinderen 

Van de respondenten die het afscheid bespreekbaar hebben gemaakt heeft 83 procent de partner op de hoogte gebracht. Slechts 40 procent van de kinderen blijkt op de hoogte te zijn over het afscheid van hun ouder. Toch zijn het ook de kinderen die uiteindelijk een deel van een afscheid zullen regelen of een van de ouders bijstaan. 

Uitstelgedrag 65-plussers

Wat ook opvalt in het onderzoek is dat nog zeker een derde van de 65-plussers, ongeveer 72 duizend mensen in Overijssel (1), hun afscheid nog niet met dierbaren hebben besproken. 65-plussers noemen als belangrijkste reden dat ze hun toekomstige afscheid pas willen bespreken als blijkt dat overlijden onvermijdelijk is geworden. Op twee staat het niet kunnen vinden van een geschikt moment en op drie het niet willen belasten van dierbaren. 

“Dat een opvallend groot deel van de 65-plussers nog steeds uitstelgedrag vertoont is niet verbazend. Bij hen speelt meer dan bij jongere mensen het gevoel dat ze op ieder moment kunnen gaan. Ze willen hun kinderen en dierbaren niet verdrietig maken en liever wachten met het bespreken van hun afscheid tot het overlijden onvermijdelijk is geworden. Maar wanneer is dat? Op het sterfbed, bij ziekte, op een specifieke leeftijd? Het geschikte moment om het te bespreken zal vooral door de persoon zelf gecreëerd moeten worden. En dat is heel moeilijk als ze nog niet kunnen accepteren dat ook zij dood zullen gaan. Als een dierbare er echt niet over wilt praten, laat hem of haar het dan opschrijven en vertellen waar het ligt. Zo zijn nabestaanden voorbereid mocht het overlijden onverwacht gebeuren,” zegt Van der Maarel.